Inleiding tot de digitale fotografie | Digitale fotografie... tips en trucs  
 

Inleiding tot de digitale fotografie

Hoewel de digitale camera ontegenzeggelijk aan een opmerkelijke opmars bezig is, zijn er nog steeds heel veel 'normale' camera's in omloop waar de beeldvorming tot stand komt via een aloud analoog fotochemisch proces. Het is daarbij een fout om te denken dat een nieuwe technologie - die overigens beslist verbluffend mag heten - ook meteen in alle opzichten beter zou zijn. Voorlopig zullen we beide systemen dan ook nog wel naast elkaar tegenkomen.

Digitaal tegenover analoog?

Natuurlijk wint de digitale camera het in handzaamheid en het is lekker goedkoop dat je niet langer filmpjes hoeft te kopen en te laten ontwikkelen. Maar wil je tastbaar plaatje in de hand hebben dan volgt toch een ritueel van aanlevering via het internet en de afgedrukte foto's moeten ophalen (en betalen). Zeg nu niet dat u dat lekker zelf doet, want zo vanzelfsprekend gaat dat nu ook weer niet met het dure speciale papier en met de nog veel duurdere printercartridges.

Het zelf printen blijkt dan ook vaak - en dit zeker wanneer er meerdere proefafdrukken gemaakt moeten worden - duurder uit te vallen dan bij een goede afdrukcentrale. Daar staat tegenover dat de digitale camera een genot is voor iedereen die het internet als doel heeft. En met de prijzen die u voor de geheugenopslag betaalt bestaat er ook op dit punt nauwelijks een belemmering meer. Een CompactFlash-geheugen van 256 MB kost nu ca. 70 euro, de kleine xD-Picture het dubbele.

De kosten van een geheugenkaart heb je er natuurlijk snel uit tegenover de filmkosten, het ontwikkelen en eventueel afdrukken. En doordat meerdere opnamen voortaan niets meer kosten ga je vanzelf ook anders fotograferen, meer experimenteren en kun je een onderwerp als een professional uitputtend benaderen door steeds kleine variaties in standpunt en belichting uit te proberen. Alles wat niet bevalt is daarbij in een oogwenk gewist en vormt niet langer een balast van stapels dure negatieven en afdrukken.

Enkele belangrijke verschillen

Er blijven verder gewoon een aantal verschillen omdat we nu eenmaal met verschillende technieken te maken hebben. Zo is de lichtgevoelige CCD van alle consumentencamera's een flink stuk kleiner dan de 24 x 36 mm van een normale kleinbeeldfilm en dientengevolge heeft men hiervoor speciale lenzen moeten ontwerpen. Deze bezitten een kortere brandpuntafstand en dienen een overeenkomstig kleinere 'verstrooingscirkel' te hebben. Het onherroepelijke gevolg is dan ook een ander scherpteverloop.

Bij een analoge camera wordt de kwaliteit van het beeld door de film en vooral door de optiek bepaald (wanneer we even voorbijzien aan externe factoren zoals bewegingsonscherpte). Bij een digitale camera is het de lichtgevoelige matrix (nu nog vooral een CCD, maar bij de nieuwste camera's ook vaak een wat goedkoper te fabriceren CMOS-matrix), de in de camera toegepaste verwerkings-software en ook weer de optiek. Alleen dient de optische kwaliteit van de lens hier letterlijk 'cutting edge' te zijn.

Juist dit laatste geeft aan digitale fotografie soms een beetje een kunstmatig karakter, maar dat hoeft niet echt omdat u met de opeenvolgende bewerkingen op de computer nog letterlijk alle kanten uitkunt. Dit is eigenlijk een soort overtreffende trap van wat vroeger in de donkere kamer van een kundig fotograaf mogelijk was. Natuurlijk geldt dit laatste ook wanneer u de met een traditionele camera opgenomen en vervolgens afgedrukte foto's inscant en op die manier digitaliseert.

Zoveel mogelijk beeldinformatie

De laatste manier is een stuk omslachtiger en het is ook duidelijk dat in het eerdere afdrukproces de contrastomvang vrijwel zeker zal worden gereduceerd. En een gezond uitgangspunt bij ook de meest verbluffende digitale wonderen is toch dat je weinig kunt bewerken aan informatie die gewoon niet aanwezig is. Dit onontkoombare gegeven leidde bij de wereldberoemde zwart/wit-fotograaf Ansel Adams indertijd tot zijn hooggewaardeerde 'zone-systeem'.

Heel in het kort kwam dit erop neer dat men hierbij een 'belichtings-zone' uitkoos op basis van het soort onderwerp. Om dit goed te kunnen doen moesten zoveel mogelijk variabelen, zoals ontwikkelaar, ontwikkeltijd, papiersoort enzovoort worden gestandaardiseerd en dit maakte het tot een behoorlijk tijdrovend systeem dat echter prachtige resultaten kon opleveren, omdat hiermee inderdaad een maximum aan relevante beeldinformatie werd verkregen.

Bij digitale fotografie is werkwijze en techniek natuurlijk anders, maar het gegeven dat voor uiteenlopende onderwerpen mogelijk andere beeldinformatie van belang is, geldt natuurlijk nog steeds. Vooral de wat uitgebreider digitale camera's bieden voor een resultaatgerichte aanpak daarom tal van (programmeerbare) instelmogelijkheden. En hoewel dit zeker niet het eenvoudigste onderdeel betreft, is het toch zeer de moeite waard om er de nodige tijd aan te bestuderen

Een andere beeldkwaliteit

Een door velen misschien onbewust gesignaleerd verschil tussen analoge en digitale fotografie is ook mede een resultaat van de veel kortere brandpuntafstand van de lenzen (tenminste zolang de lichtgevoelige matrix geen 24 x 36 mm meet). Elke lens wordt op een bepaald punt scherpgesteld en zowel vóór als achter dat punt ontstaat een geleidelijke onscherpte. Men spreekt echter van een scherptebereik zolang deze onscherpte binnen een bepaalde waarde, uitgedrukt door de 'verstrooiingscirkel' blijft.

Dit bereik houdt mede verband met de brandpuntafstand en hoe korter deze is - zoals bij een digitale camera - hoe groter het scherptebereik. Het betekent dus een bepaald andere beeldweergave, maar er zijn meer elementen die dit in de hand werken. Zo is de chemische werking in een film inderdaad een analoog en over het hele beeldvlak verlopend proces, terwijl bij een digitale camera wordt gewerkt met fysieke beeldpunten die ook nog eens zijn verdeeld over rood, groen en blauw gevoelige cellen.

Deze hebben alle een beperkt lichtbereik en alles wat daarbuiten valt wordt rigoreus afgekapt in plaats van een meer geleidelijk verloop. Ook vertonen de meeste lichtgevoelige matrixen onregelmatigheden die zich vertalen naar achterblijvende waarden of juist naar onverwacht te fel oplichtende pixels. Wanneer verder vanwege weinig licht wordt omgeschakeld naar een hogere gevoeligheid dan krijgt men te maken met 'ruis' in plaats van de 'korreligheid' van een snelle film.

Beeldbewerking

Veel van de onvolkomenheden bij digitale fotografie wordt hetzij door de software in de camera, hetzij in een opvolgende 'post-processing' beeldbwerking worden verholpen. Binnen zekere grenzen is achteraf zelfs een totaal andere (sfeer)verlichting mogelijk en natuurlijk ook alle min of meer standaardbewerkingen als 'cropping' en contrast- en helderheidsaanpassingen. Dit helpt vanzelfsprekend de acceptatie van de digitale camera enorm.

Maar er is veel meer... Zoals deze site op overtuigende wijze aangeeft zijn er met behulp van de computer en met digitale foto's als uitgangspunt de meest fantastische afbeeldingen te maken. Kleuren zijn te wijzigen, je kunt je foto's omzetten in olieverfschilderijen of aquarels, je kunt plaatjes samenvoegen, van nieuwe structuren en teksten voorzien, ze animeren, solariseren, in brand laten vliegen of opblazen. Let vooral op komende tutorials...

Tenslotte

Het is belangrijk om met een nieuwe camera vertrouwd te raken en dat geldt voor een digitale camera met z'n vele mogelijkheden des te meer. Dit is alleen te bereiken door er veel mee te oefenen en kritisch naar de resultaten te kijken. Er zijn bovendien vaak flinke verschillen tussen de vele merken en typen en het is de moeite waard om zo mogelijk eerst eens met meerdere camera's te werken alvorens tot een redelijk kostbare aanschaf over te gaan.

Een punt van overweging daarbij is tenslotte ook de energievoorziening. Sommige camera's accepteren alleen dure Li-Ion accu's, terwijl anderen de veel goedkopere NiMH accu's in het bekende AA-formaat toepassen. Met een bijpassend laadapparaat en tenminste een dubbele set van deze accu's ben je goed en goedkoop uit. Ze zijn nu al verkrijgbaar tot de zeer forse capaciteit van 2300 mAh en dat is belangrijk omdat de flitser en het zoekerscherm aardig wat stroom verbruiken.  
 

Digitale fotografie... tips en trucs

Veel regels om tot betere foto's te komen gelden natuurlijk zowel voor 'normale' als voor digitale camera's, maar voor de laatste gelden toch ook een aantal kenmerkende aanwijzingen die zo goed mogelijk specifieke problemen omzeilen en/of gebruikmaken van extra mogelijkheden die naar optimale foto's kunnen voeren. Hoe het ook zij, hier volgen een aantal nuttige en praktische zaken die misschien al bekend of vergeten, of wie weet helemaal nieuw zijn...

Resolutie versus compressie

Bij vrijwel alle camera's is er een keuze te maken tussen verschillende compressie-modes en daarnaast tussen verschillende resoluties. Het is duidelijk dat hoe hoger de compressie hoe slechter het beeld en hoe kleiner de omvang van de resulterende file, waar aan de andere kant een hoge resolutie het beeld verbetert, maar de file veel groter maakt. In het algemeen kun je daarbij echter ook als richtlijn aannemen dat een lichte tot redelijke compressie (voorbeeld) de beeldkwaliteit nauwelijks zal aantasten.

Het heeft echter wel een forse reductie van de omvang ten gevolge. Tengevolge hiervan hoef je dan niet meer zozeer op de resolutie te beknibbelen en die is in veel grotere mate verandwoordelijk voor een adequate beeldkwaliteit, al moet je natuurlijk ook hier niet overdrijven. Wanneer plaatjes slechts voor een website zijn bedoeld is het onzin om meer dan twee maal de uiteindelijk benodigde resolutie toe te passen, maar voor goede prints is enig rekenwerk beslist wel op z'n plaats.

Sluitertijd- of diafragmavoorkeuze

Waar de allereenvoudigste camera's de diverse instellingen vaak volledig automatisch kiezen, bieden de betere digitale camera's zowel een sluitertijd- als een diafragmavoorkeuze. Bij daglichtopnames met voldoende licht is het zaak om een zo kort mogelijke sluitertijd te kiezen, zodat bewegingsonscherpte in elk geval zoveel mogelijk wordt uitgesloten. Het diafragma zal zich onder deze omstandigheden zeker voldoende sluiten om een goede scherpte en scherptediepte te realiseren.

Onder minder goede lichtsituaties zal het meestal aanbeveling verdienen om het diafragma zo groot mogelijk te houden (hetgeen in dit geval een zo klein mogelijk getal betekent). Waarschijnlijk zal dit ook betekenen dat de flitser wordt ingeschakeld, waarbij de sluitertijd meestal op een vaste minimum waarde van iets als 1/60ste seconde wordt ingesteld. Het kan echter ook zijn dat door een klein diafragma - bijvoorbeeld voor opnamen dichtbij - een zo hoog mogelijke scherptediepte wordt nagestreefd.

Wordt vervolgd...