1 - De camera maakt geen foto's... jij maakt ze. Jij bent immers de fotograaf en dit veronderstelt dan ook dat je volledig vertrouwd bent met de mogelijkheden en specifieke kenmerken van je camera. 'Fotovisie' is een functie van je 'innerlijk oog' en moet niet teveel worden afgeleid door handleidingen en onbegrepen menu-instellingen.
2 - Zoals een auto volledig afhankelijk is van zijn brandstof, zo kan kan ook een digitale camera niets beginnen zonder een - voor de duurdere modellen vaak specifieke - energiebron. Maak het daarom tot gewoonte om een oplaadbare accu/batterij (vooral NiMH-typen) voor elke fotosessie op te laden of door zo mogelijk extra exemplaren mee te nemen.
3 - Accu's en batterijen functioneren minder goed bij lage temperaturen. Neem tijdens wintersport daarom een dubbel stel mee waarbij je het reservestel zo dicht mogelijk op je huid meedraagt om ze op temperatuur te houden. De moderne Lith-Ionaccu's vertonen dit effect wat minder. Meer over accu's en batterijen op www.buchmann.ca/default.asp
4 - Een film kon je vroeger in de meeste vakantiegebieden nog wel kopen, een passend geheugenkaartje is lastiger, dus bedenk van tevoren wat en hoeveel je nodig hebt. Dit wordt vanzelfsprekend mede bepaald door de opnameinstellingen en de mogelijkheid om tussentijds naar bijvoorbeeld een laptop te downloaden.
5 - De juiste belichting is bij een digitale camera minstens zo cruciaal als vroeger bij het fotograferen op dia-materiaal. Overbelichting van de hoge lichten betekent onherroepelijk het verliezen ervan en dus een mindere opname, welke ook achteraf niet is te corrigeren. Dat kan bij onderbelichting tot op zekere hoogte nog wel.
6 - Hoewel achteraf wel het een en ander in de kleurweergave is te corrigeren is dit vooral een verschuiving en dat kan dus niet naar iets dat geheel afwezig is. Het is daarom belangrijk om vooraf de juiste kleurtemperatuur - witbalans of WB - in te stellen. Wat je ogen daarbij denken te zien is door de automatische correctie in de hersenen onbetrouwbaar.
7 - Je gooit de helft van je investeringen in camera en lenzen weg op het moment dat je met te lange tijden uit de hand fotografeert. En die te lange tijden gelden voor alles boven de 1/100e seconde voor de kortere brandpuntafstanden en 1/500e voor het echte telewerk. Probeer daarom waar mogelijk met een of ander statief of -klem te werken.
8 - Digitale camera's zijn meer dan hun analoge voorgangers gevoelig voor vocht en stof. Speciaal de CCD/CMOS-chip is uiterst kwetsbaar en staat bij het verwisselen van lenzen bloot aan het alom aanwezige stof. Schoonmaken ervan dient altijd zeer voorzichtig te gebeuren en kan daarom beter door een specialist (onder garrantie) worden verzorgd.
9 - Omdat er geen directe kosten aan zijn verbonden maak je meestal een heleboel opnamen. Selecteer daaruit zo snel mogelijk de echt goede en 'delete' meteen de rest. Sla de geselecteerde opnamen - eventueel na correctie - als 'master' op in een lossless formaat zoals TIFF, bij voorbaat in mappen met naam en datum en op een externe harde schijf.
10 - Met al die mogelijkheden van een digitale camera komt er ongetwijfeld een moment waarop je je afvraagt of je de boel wel optimaal hebt ingesteld. Dan is het echt heel plezierig om een lijstje bij de hand te hebben waarop je al je instellingen hebt genoteerd - en dat zijn er vaak heel wat meer dan je denkt...