Fotografie

Wat zijn ISO-waarden?

Hoewel internationaal als Engelse naam gehanteerd is dat 'ISO' in werkelijkheid een bij de Verenigde Naties geaccrediteerde non-gouvernementele netwerkorganisatie van 151 landelijke, nationale instituten. Omdat een afkorting daarvan in de verschillende talen steeds anders zou uitvallen heeft men de naam afgeleid van het Griekse 'isos' dat 'gelijk' betekent en dat is precies wat men doet. ISO is de grootste ontwikkelaar van (technische) standaarden ter wereld en levert daarmee een heel belangrijke bijdrage op economisch gebied.

Dat standaarden belangrijk waren werd al in de oudheid ingezien voor geld, gewichten en lengtematen, want zonder dat is vrijwel geen handel onmogelijk. Geld is een erg moeilijk geval want dat kent nauwelijks een objectieve waarde, maar zelfs voor zoiets statisch als een gewicht en een lengte hield men erg lang vast aan zelfs lokale varianten (zoals hier de Amsterdamse en Rijnlandse voet). En hoewel internationaal nu de meter wordt voorgeschreven blijft een technisch georienteerd land als de Verenigde Staten toch koppig vasthouden aan zijn eigen inch en foot.

DIN en ASA-systeem

Wat de fotografie betreft herinneren ouderen zich ongetwijfled de DIN-waarde, die voor een gemiddeld gevoelige film 21 of 24 bedroeg (3 hoger betekende een verdubbeling in gevoeligheid). DIN komt van Deutsche Industrie-Norm en Duitsland kende sinds 1912 (het geboortejaar van de Leica) een sterk ontwikkelde camera en filmindustrie. De in de Verenigde Staten ontwikkelde ASA-waarde werd ontwikkeld door de American Standards Association en kende een schaal waarbij de waarde verdubbelde wanneer ook de gevoeligheid verdubbelde.

Ook het ASA-systeem werd tenslotte ondergebracht bij de internationale ISO. Zowel het DIN- als het ASA-systeem ontleenden hun waarden aan nauwkeurig omschreven testen die werden uitgevoerd met zwart/wit filmmateriaal in een standaard-ontwikkelaar. De grote uitdaging kwam natuurlijk toen men ook de op een geheel ander principe gebaseerde kleurenfilms van een adequate gevoeligheidsindex moest gaan voorzien en in onze tijd opnieuw met de digitale camera die het uiteraard helemaal zonder film moet doen. Vandaar dat men de term ISO-equivalent hanteert.

Praktische gevoeligheidsinstelling

Het allereenvoudigst is natuurlijk om de camera-instelling op Auto ISO te zetten en zo de controle helemaal in handen te geven van de technici die de camera ontwierpen. Verder geldt dat je bij voldoende licht altijd een zo laag mogelijke ISO-waarde instelt. Buitenopnamen met zonlicht op 50-64, in de schaduw 100-200 en bij binnenopnamen zonder flits zo'n 400. Dit is over het algemeen tevens de maximuminstelling bij compacte camera's - waarbij je trouwens al de nodige 'ruis' op de koop toe dient te nemen.

Semi-professionele camera's kunnen dank zij hun grotere chip verder gaan en kennen ook nog een 800 en zelfs 1600 ISO-instelling voordat de ruis ook hier te pregnant wordt. Met de hoogste gevoeligheids-instelling is die ongeveer vergelijkbaar met die van het oog en kunnen zonder flits nog uitstekende opnamen worden gemaakt van theatervoorstellingen en in bijvoorbeeld jazzclubs. Bedenk dat zelfs bij ogenschijnlijk te weinig licht je altijd nog opnamen kunt maken die met de nodige manipulatie misschien juist heel sfeervol kunnen uitpakken.

t e r u g