De al lang bestaande firma Canon heeft zijn sporen op het gebied van camera- en lenzenbouw inmiddels ruimschoots verdiend en zijn EOS-camera's genoten grote faam vanwege de hoge kwaliteit en het bedieningsgemak. Ook op het digitale vlak zette Canon hoog in met de 16 megapixel Canon EOS-1Ds Mark II tegen een prijs van zo'n 8000 euro (zonder lens). Deze hoge prijs was voor een deel terug te voeren op de zeer kostbare lichtgevoelige chip met dezelfde afmetingen als een kleinbeeldopname (24 x 36 mm).
Omdat een dergelijke camera alleen voor de betrekkelijk kleine professionele markt interessant is, heeft men zich tegelijk ingespannen om een zogenaamde 'prosumer'-camera te ontwikkelen voor een prijs die beneden de duizend dollar moest liggen en dat werd de EOS 300D, in de VS ook wel Rebel genoemd. Men bespaarde onder andere fors door een kunststof behuizing, een zoekerspiegel-systeem in plaats van een pentaprisma en vooral door een kleinere lichtgevoelige chip.
Hoewel een opzienbarende prijsdoorbraak, waren de oordelen niet in alle opzichten positief, mede doordat de - extra aan te schaffen - lens wat tegenviel. Bovendien zat de concurrentie - in de vorm van de eveneens Japanse firma Nikon met de kwalitatief betere D70 - bepaald niet stil en daarom volgde al snel de EOS 20D. En een jaar later opnieuw gevolgd door de imponerende EOS 350D. De kenmerkende eigenschappen van een groot aantal camera's van zowel Canon als Nikon zijn op overzichtelijke wijze hier te lezen.
Het antwoord van Nikon aan Canon in de vorm van de D70 was in alle opzichten overtuigend. Er waren de nodige overeenkomsten, zoals de slagvaste kunststof behuizing en het pentaspiegel-systeem, maar de ergonomie en de functionaliteit was duidelijk beter. En de speciaal voor deze camera ontwikkelde zoomlens van 18-70 mm was zonder meer superieur. Omdat een nieuwe camera altijd 'werk in uitvoering' blijft volgde ook hier na een jaar een opvolger, de Nikon D70s.
Bezitters van de D70 hoeven zich daardoor niet gefrustreerd te voelen, daar er op de website van Nikon een upgrade is te vinden van de in de camera ingebouwde 'firmware' die op een eenvoudige wijze is te 'uploaden'. Dit biedt onder andere nu een meer correcte telling van resterende RAW/NEF-opnamen, een iets verbeterde autofocus-berekening en vooral een veel duidelijker menusysteem. Tot slot zagen ook de wat kleiner broertjes, de Nikon D50 en de D40 het levenslicht.
Zowel Canon als Nikon gaan vanzelfsprekend op de ingeslagen weg voort en produceren respectievelijk de splinternieuwe EOS 40D als de Nikon D200 in een prijsklasse van ruim 1300 euro voor een body zonder lens. Beide zijn 10 megapixel camera's met een sensor in het APS-formaat en bezitten een body die niet van kunststof, maar van een sterke magenesiumlegering is gemaakt. Ook is het aantal instelmogelijkheden ten opzichte van de goedkopere camera's uitgebreider en dus complexer geworden. Men mikt hier duidelijk op de semi-professionele markt.
Nou ben ik geen tester en kan dus zeker niet voor alle mogelijke camera's spreken, maar ik heb inmiddels duizenden opnamen met zowel de Nikon D70 als de D200 gemaakt en zeker de laatste is in mijn ogen een juweel. Tenminste wanneer men bereid is er de nodige tijd in te steken om de juiste instellingen te leren kennen voor de eigen specifieke fotografie-discipline. Reden waarom ik het toch nodig oordeelde om naast de behoorlijk uitgebreide meegeleverde handleiding toch ook een 700-pagina eBook van Thom Hogan aan te schaffen en daar heb ik dus helemaal geen spijt van...